Info over de mierenkolonie

De mier, een intelligent en overijverig wezentje

De mier is een overlever, hij past zich al 92 miljoen jaar perfect aan zijn leefomgeving aan (oudste gevonden fossiel), verspreidde zich over de ganse wereld en is met 10 biljard soortgenoten één van de meest succesvolle dierengroepen.

De mier stamt af van de gravende wespensoort en is opgebouwd uit drie grote delen: de kop, het borststuk en het achterlijf. Daarnaast heeft hij nog een vierde deeltje tussen borst en achterlijf. Op zijn kop staan twee voelsprieten die erg belangrijk zijn. Hiermee kan hij voelen, maar ook ruiken. Hij ziet door twee ogen maar wanneer hij zijn donker nest betreedt, zijn die minder nuttig. De mier heeft drie paar poten. Een mier leeft gemiddeld 40 tot 60 dagen, de koningin daarentegen kan wel tot 20 jaar oud worden. Er zijn ongeveer een 20 000 soorten mieren die geïdentificeerd zijn, daarvan komen er een 200-tal voor in Europa. Ze leven steeds in een goed georganiseerde kolonie die varieert in aantallen. Een mier zou niet overleven indien hij alleen zou moeten ronddwalen. Hij heeft vier natuurlijke vijanden: mierenleeuwen, miereneters, mieren uit andere nesten en de mens.

Mierenkolonie

Een mierenkolonie of volk bestaat uit vrouwtjes - koninginnen (geslachtsactief) en werksters -, slaven en mannetjes. De mieren zijn insecten die behoren tot de vliesvleugeligen, maar enkel de mannetjes en koninginnen hebben vleugels, de werksters blijven vleugelloos. Iedereen heeft zijn eigen taak en moet die naar behoren uitoefenen.

De koningin

mieren koningin in mierennest

Een koningin staat aan het hoofd van een kolonie en is de grootste mier van allemaal. Zij moet zorgen voor de voortplanting en groei van haar kolonie. Het geslachtsrijpe vrouwtje wacht tot er een speciale luchtdruk en vochtigheid is bij warm weer. Ze vliegt dan uit op bruidsvlucht en klimt tot een hoogte van een meter waarna ze zich laat verderglijden op de luchtdruk. De redenen hiervoor zijn dat het nieuwe nest niet te dicht bij het oude zou liggen en ze een mannetje uit een nieuw nest zou treffen (incest tegengaan). De mieren gebruiken een geurspoor van feromonen om elkaar naar een gemeenschappelijke paarplaats te lokken.

Vliegende mieren - bruidsvlucht

Ze kiest dan haar geschikte partner, dit is het mannetje dat het hoogst en snelst kan vliegen, daarna wordt er gepaard. Na de daad werpt of bijt ze haar vleugels af. Vervolgens, gaat ze als koningin op zoek naar een nest om over te nemen of start ze een nieuwe kolonie. Ze heeft nu voldoende zaadcellen verzameld voor de rest van haar leven. Deze worden opgeslagen in een zaadkamertje waarvan ze het 'deurtje' open en toe kan doen. Wanneer ze dit deurtje openzet, worden de eitjes bevrucht en kan ze werpen. De koningin legt zich op haar zij en werpt eieren ononderbroken van de lente tot de herfst, ondertussen wordt ze gevoed door de werksters. Het record ligt bij de drijfmier die in één jaar al 50 miljoen eieren kan produceren. De eitjes die bevrucht worden, groeien uit als werksters. De eitjes die niet bevrucht worden, groeien uit als mannetjes.

Wanneer het vrouwtje een kolonie overneemt, heet dit 'sociaal parasitisme'. Ze wordt opgenomen door vreemde soortgenoten en geniet dezelfde status als de eerste koningin. Het voordeel hiervan is dat het volk nu twee of meerdere koninginnen heeft en de kolonie sneller en veiliger kan groeien. De term koningin is op zich wat misleidend, ze 'regeert' niet echt. De mieren worden eerder geleid door hun uitgekiende systeem van samenwerking.

Het mannetje

Het mannetje (2de van links op de foto) krijgt bij het volwassen worden zijn vleugels, dan heeft hij louter als doel het geslachtsrijpe vrouwtje te bevruchten. Hij sterft kort na de bruidsvlucht wegens oververmoeidheid.

mannelijke mier

De werkster

Dit zijn niet-gevleugelde, kleine vrouwtjes die allerlei taken toebedeeld krijgen. De taken zijn onderling nog verwisselbaar. Werksters kunnen ook per toeval eitjes leggen, dit worden dan altijd mannetjes. Deze eitjes worden meestal opgegeten.

Er zijn soldaten, verkenners, larvenverzorgers, voedselmakers of -verzamelaars en slavenhalers:

  • Soldaten worden ten onrechte de bewakers van het nest genoemd, in feite graven zij het nest en het gangennetwerk. Ze hebben reuzegrote kaken en dat maakt hen geschikt voor de job. Daarnaast dragen zij een soort gif, bij indringers vallen ze aan en maken een wondje waarin ze vervolgens het mierenzuur spuiten. Ze beschermen ook de voedselverkenners tijdens hun tocht.
  • De verkenners zijn de senioren (oudste mieren) van de groep en gaan op zoek naar voedsel. Deze mieren lopen het grootste risico om vertrappeld te worden of ten prooi te vallen aan roofdieren. Het verlies van oudere soortgenoten vind de mier niet erg.

Hoe bepaalt de verkenner de route die hij volgt?

Hij heeft geen vooropgestelde route wanneer hij op zoek gaat voedsel. Ze trekken eropuit en interageren individueel met elkaar om hun weg te bepalen. Wanneer twee mieren elkaar ontmoeten, communiceren ze door middel van geluid, aanraking en chemische signalen. De voelsprieten raken elkaar, zo weten ze wie er in de buurt is en dat ze van richting moeten veranderen want de lijn werd al verkend. Als er heel veel mieren elkaar op deze manier het pad kruisen, krijg je gecompliceerde maar willekeurige banen om zo beter te het gebied te verkennen. Als natuurlijk een groot gebied wordt verkend, waar weinig interactie is, kan de mier volgens een rechte lijn lopen en meer grond verkennen.

Wat doet een verkenner als hij eten vindt?

De mier kan een sterk geurend feromonenspoor nalaten. Als ze dan eten vindt, keert ze met het voedsel in een rechte lijn terug naar het nest en laat ze dit geurspoor achter onderweg. Zo wordt het makkelijk om later het eten terug te vinden en extra mieren te laten aanrukken om het te transporteren. Telkens wanneer een mier deze weg volgt en voedsel vindt, laat hij opnieuw die geur na. Als de mier geen voedsel meer vindt op die specifieke plek, stopt hij met het geurspoor na te laten om aan zijn soortgenoten aan te geven dat de voedselbron uitgeput is.

  • Larvenverzorgsters verzorgen de larven die uit de eieren van de koningin komen, dit doet ze namelijk niet zelf.

 Mierenlarven - ©Marcus 33

  • Enkele mieren nemen de rol van landbouwer aan, dit zijn de voedselmakers. Ze kweken hun eigen voedsel, dat gebeurt met behulp van bladluizen waar ze het vocht uit zuigen. De verkenners brengen de bladluis mee naar het nest. De mier heeft een gesofisticeerde werktechniek om de oogst te laten groeien. Ze kunnen chemicaliën met antibacteriële werking afgeven en deze voorkomen de aanwezigheid van schimmels.
  • Slavenhalers stelen poppen en eieren afkomstig uit andere nesten en brengen die terug naar hun eigen nest. Wanneer de larven volgroeid zijn, worden die tot slaaf gemaakt. Mieren uit verschillende kolonies hebben elk een verschillende geur. Omdat de poppen en de eitjes nog geurloos zijn in hun vroegste stadium, is deze diefstal mogelijk.

Wanneer concurrerende kolonies of mieren elkaar ontmoeten, gaan ze een gevecht aan. Er vinden soms echte slachtpartijen plaats. De overwinnaars maken de verliezers dan meestal tot slaaf. Ze doen dit omdat ze ervan houden en omdat ze deze mieren dan het vuile werk van de kolonie kunnen laten opknappen. De slaven nemen vaak de rol aan van larvenverzorgster.

mierengevecht

Mierennest

Het mierennest is een staaltje meesterwerk en iedere miersoort heeft zo zijn eigen bouwstijl. Ze nestelen zich in de grond en boren gaten in de grond, onder stenen, in hout of plantenstengels. Ze creëren hun nesten met materialen als aarde, karton of bladeren. Een nest bestaat uit een vertakking van gangen en kamers, waar voorraad of afval wordt bewaard of voor de larven wordt gezorgd. Veel miersoorten houden van warmte, net zoals de eieren en larven. De temperatuur moet daarom gelijk blijven in hun kamers. Als het te warm wordt in het nest graven de soldaten nieuwe uitgangen zodat het kan afkoelen. Als het te koud is, proberen ze de warmte van buiten naar binnen te brengen door hun lijfje te gaan opwarmen in de zon en vervolgens die warmte dan af te geven in het nest.

 

Een mierennest herkennen in uw tuin

De mieren graven kleine tunnels en kamers onder uw gazon. Er ontstaan dan kleine hoopjes grijze aarde in uw tuin, dit zijn de ingangen van het mierennest.

mierennest ingangen

Mieren bestrijden

Contacteer ons steeds bij een mierenplaag, de sterke diertjes vereisen een veelvuldige, doelgerichte en professionele bestrijding. Wij behandelen de mierennesten met werkzame stoffen. Wij passen deze bestrijdingsmiddelen veilig toe zodat ze geen risico vormen voor kind en dier. Voor deze behandelingen hoeft u de woning niet te verlaten of ontruimen.

Heeft u last van mieren in huis of vervelende mierennesten in de tuin? Vertrouw op ons ervaren team voor een doeltreffende mierenbestrijding. Bel 0800/96 900 voor een gratis offerte.