Hoe werkt een mierenkolonie?
Mieren (Formicidae) behoren tot de vliesvleugeligen. Alleen de koninginnen en mannetjes hebben vleugels, terwijl werksters vleugelloos blijven. Elke mier vervult een specifieke rol binnen de kolonie, waardoor het nest kan groeien, voedsel verzamelen en zich verdedigen.
De kolonie bestaat uit:
- Een of meerdere koninginnen
- Werkstermieren
- Mannelijke mieren
- Larven en poppen
De mieren communiceren via geurstoffen (feromonen). Zo vinden ze voedsel, waarschuwen ze elkaar voor gevaar en leiden ze nestgenoten naar nieuwe voedselbronnen.
Hoe ziet de mierenkolonie eruit?
De koningin
Een koningin staat aan het hoofd van een kolonie en is de grootste mier van allemaal. Zij moet zorgen voor de voortplanting en groei van haar kolonie. Het geslachtsrijpe vrouwtje wacht tot er een speciale luchtdruk en vochtigheid is bij warm weer. Ze vliegt dan uit op bruidsvlucht en klimt tot een hoogte van een meter waarna ze zich laat verderglijden op de luchtdruk. De redenen hiervoor zijn dat het nieuwe nest niet te dicht bij het oude zou liggen en ze een mannetje uit een nieuw nest zou treffen (incest tegengaan). De mieren gebruiken een geurspoor van feromonen om elkaar naar een gemeenschappelijke paarplaats te lokken.
Ze kiest dan haar geschikte partner, dit is het mannetje dat het hoogst en snelst kan vliegen, daarna wordt er gepaard. Na de daad werpt of bijt ze haar vleugels af. Vervolgens, gaat ze als koningin op zoek naar een nest om over te nemen of start ze een nieuwe kolonie. Ze heeft nu voldoende zaadcellen verzameld voor de rest van haar leven. Deze worden opgeslagen in een zaadkamertje waarvan ze het 'deurtje' open en toe kan doen. Wanneer ze dit deurtje openzet, worden de eitjes bevrucht en kan ze werpen.
De koningin legt zich op haar zij en werpt eieren ononderbroken van de lente tot de herfst, ondertussen wordt ze gevoed door de werksters. Het record ligt bij de drijfmier die in één jaar al 50 miljoen eieren kan produceren. De eitjes die bevrucht worden, groeien uit als werksters. De eitjes die niet bevrucht worden, groeien uit als mannetjes.
Wanneer het vrouwtje een kolonie overneemt, heet dit 'sociaal parasitisme'. Ze wordt opgenomen door vreemde soortgenoten en geniet dezelfde status als de eerste koningin. Het voordeel hiervan is dat het volk nu twee of meerdere koninginnen heeft en de kolonie sneller en veiliger kan groeien. De term koningin is op zich wat misleidend, ze 'regeert' niet echt. De mieren worden eerder geleid door hun uitgekiende systeem van samenwerking.
Het mannetje
Het mannetje krijgt bij het volwassen worden zijn vleugels, dan heeft hij louter als doel het geslachtsrijpe vrouwtje te bevruchten. Hij sterft kort na de bruidsvlucht wegens oververmoeidheid.
De werkster
Dit zijn niet-gevleugelde, kleine vrouwtjes die allerlei taken toebedeeld krijgen. De taken zijn onderling nog verwisselbaar. Werksters kunnen ook per toeval eitjes leggen, dit worden dan altijd mannetjes. Deze eitjes worden meestal opgegeten.
Soldaten, verkenners, larvenverzorgers, voedselmakers of -verzamelaars en slavenhalers
- Soldaten worden ten onrechte de bewakers van het nest genoemd, in feite graven zij het nest en het gangennetwerk. Ze hebben reuzegrote kaken en dat maakt hen geschikt voor de job. Daarnaast dragen zij een soort gif, bij indringers vallen ze aan en maken een wondje waarin ze vervolgens het mierenzuur spuiten. Ze beschermen ook de voedselverkenners tijdens hun tocht.
- De verkenners zijn de senioren (oudste mieren) van de groep en gaan op zoek naar voedsel. Deze mieren lopen het grootste risico om vertrappeld te worden of ten prooi te vallen aan roofdieren. Het verlies van oudere soortgenoten vind de mier niet erg.
- Larvenverzorgsters verzorgen de larven die uit de eieren van de koningin komen, dit doet ze namelijk niet zelf.
- Enkele mieren nemen de rol van landbouwer aan, dit zijn de voedselmakers. Ze kweken hun eigen voedsel, dat gebeurt met behulp van bladluizen waar ze het vocht uit zuigen. De verkenners brengen de bladluis mee naar het nest. De mier heeft een gesofisticeerde werktechniek om de oogst te laten groeien. Ze kunnen chemicaliën met antibacteriële werking afgeven en deze voorkomen de aanwezigheid van schimmels.
- Slavenhalers stelen poppen en eieren afkomstig uit andere nesten en brengen die terug naar hun eigen nest. Wanneer de larven volgroeid zijn, worden die tot slaaf gemaakt. Mieren uit verschillende kolonies hebben elk een verschillende geur. Omdat de poppen en de eitjes nog geurloos zijn in hun vroegste stadium, is deze diefstal mogelijk.
Wanneer concurrerende kolonies of mieren elkaar ontmoeten, gaan ze een gevecht aan. Er vinden soms echte slachtpartijen plaats. De overwinnaars maken de verliezers soms tot slaaf en zetten hen in voor taken binnen de kolonie. De slaven nemen vaak de rol aan van larvenverzorgster.
Waarom komen mieren uw woning of bedrijf binnen?
Mieren zijn voortdurend op zoek naar:
- Zoete voedingsmiddelen
- Eiwitrijke voeding
- Waterbronnen
- Warme schuilplaatsen
Wanneer een verkenningsmier voedsel vindt, laat deze een geurspoor achter. Andere werksters volgen vervolgens exact dezelfde route, waardoor plots lange mierenrijen ontstaan.
Veelvoorkomende toegangspunten zijn:
- Kieren onder deuren
- Scheuren in gevels
- Raamkozijnen
- Kabel- en leidingdoorvoeren
Waar bevindt zich het mierennest?
Een mierennest kan zich bevinden:
Buiten
- Onder tegels
- In gazons
- Langs funderingen
- In bloembakken
- Onder terrasverharding
Binnen
- In spouwmuren
- Onder vloeren
- Achter plinten
- In isolatiemateriaal
Vaak ligt het nest op enige afstand van de plaats waar de mieren zichtbaar zijn.
Wanneer professionele mierenbestrijding inschakelen?
Professionele bestrijding is aanbevolen wanneer:
- De mieren telkens terugkomen
- Er meerdere nesten aanwezig zijn
- Mieren binnenshuis nestelen
- U grote aantallen mieren ziet
- Zelfbehandeling geen resultaat oplevert
Een specialist kan bepalen waar de kolonie zich bevindt en een gerichte behandeling uitvoeren om het volledige nest aan te pakken.
